Vakfederatie Rietdekkers

Rieten dak te Oud Loosdrecht

Nokken!

Donderdag 06 september 2018

Nokken (zelfstandig naamwoord, meervoud of werkwoord).

Juist vandaag is het hier sinds lange tijd weer eens een regenachtige dag, ook al verschilt dit per plaats enorm begreep ik van collega's die elders aan het werk zijn. Het herfstseizoen is aanstaande. Gewoon maar even negeren, dat lijkt me het beste. Zolang mogelijk nog wat zomer bewaren.Tussen de buien door werken we vandaag dan maar...

Als je buiten de bouwwereld vraagt naar de betekenis van ‘nokken’ zal een van de mogelijke antwoorden ‘stoppen’ zijn. Dat is ontleend aan het Amsterdamse dialect.
En hoewel er nog meer betekenissen te vinden zijn (vanuit de zeilwereld bijvoorbeeld) neem ik u in dit geval graag mee naar ‘de horizontale snijlijn van twee dakvlakken’, de bovenkant van het dak; de nok (zelfstandig naamwoord, enkelvoud).

Vaak realiseren onze klanten zich niet dat er meer mogelijk is dan ze denken (en bezorgen we hen een beetje keuzestress).

Veel materialen om mee te bouwen werden in de oudheid gekozen om hun beschikbaarheid in de directe omgeving van het gewenste bouwsel: heideplaggen, maar ook zwerfkeien, hout of natuursteen (marmer bijvoorbeeld). 
Ook voor daken ging dit op: het rieten dak is een daar een sprekend voorbeeld van, maar vroeger werden daken ook gemaakt van (gerste)stro, heideplaggen of zeegras. 

Hetzelfde principe kom je tegen bij de afwerking van de bovenkant van het dak: de nok. Materiaal wat voor handen was werd toegepast. Een van de oudste voorbeelden van dergelijk materiaal is heide of turf. In openluchtmusea zie je dit, maar ook (vaak in het buitenland) wordt dit nog toegepast om de nok van een dak waterdicht te maken. Een dik pakket heide vormt men als een rol over de bovenkant van het dak en zet men met ijzeren pinnen vast of met stapelt turfplaggen over de bovenzijde van het riet en dicht op die manier het dak zo goed mogelijk af. 
De levensduur van een heidevorst is rond de vijf jaar, voor turfplaggen is dit heel wat langer: namelijk twintig tot vijfentwintig jaar.

Soms zie je ook rietbossen (al dan niet voorzien van een patroon ter versiering) op de bovenkant van een rieten kap, waarvan ik laatst in Staphorst nog mooie voorbeelden zag.  Helaas is deze nokafwerking ook niet echt heel erg weerbestendig.

Ook komt metaal als nokafwerking voor, zowel vroeger als nu. Vroeger vooral zink wat over de nok heen gevouwen werd en vastgezet. Boerderijen, zeker als het een pand met monumentale status betreft, worden nog met regelmaat op deze manier van een nokafwerking voorzien.

Andere metalen afwerkingen bestaan uit aluminium (geleverd in iedere gewenste kleur), roestvaststaal of koper. Deze afwerkingen passen we als Rietdekkersbedrijf Van den Berg geregeld bij klanten toe. Het resultaat is duurzaam en super strak. Tegelijk vraag het bijzonder vakmanschap om deze nokafwerking goed af te leveren. Het riet op het dak moet helemaal gelijk verdeeld zijn om een optimale aansluiting tussen het dakvlak en de nok te krijgen. Iedere ongelijkmatigheid zie je terug!

Het meest voorkomende materiaal om een nok af te werken is echter ‘de rietvorst of nokvorst’. Dit zijn halfronde pannen die speciaal gemaakt worden voor de toepassing op de nok van een rieten dak. Deze worden geleverd in de reguliere rode kleur of in een zwart/grijze (in vaktermen blauwe) kleur. Bij toepassen van deze nokafwerking kan er ook nog wat variatie aangebracht worden door kleurstoffen toe te voegen aan het cement waarmee de voegen gemaakt worden.

Ook is een kunststof prefab nokvorst te koop, maar echt succesvol zijn deze nooit geworden, omdat de doorgaans niet de uitstraling die onze klanten zoeken.

Duidelijk dus - keuze genoeg en dus nokken we er voor nu mee, maar naast de reguliere taken gaat ons klantgerichte nokadvies door, als u dat wilt!

Neem gerust contact op.